.ans.bouter.poëzie-&.liedtekstvertalingen.
liedteksten & gedichten             over vertalen/hertalen             contact             zoeken             home

Edna St. Vincent Millay (1892 - 1950)     over dit gedicht
Edna St. Vincent Millay
complete lijst met vertalingen


Dwars Vers
www.dwarsvers.nl

50 vertaalde gedichten & sonnetten van Edna St. Vincent Millay zijn te vinden in de bundel Dwars Vers - een tweetalige editie, HIER te bestellen





Ballingschap


Diep in mijn hart verschuilt zich droefheid
'k Vond wat het is, hier tob ik mee
Dat ik gepraat en mensen zat ben
Weg uit de stad wil, terug naar de zee

Op naar de kleffe, zilte zoetheid
Wind en een golf uiteengespat
Op naar het hard en zacht geluid van
Branding en golfslag heel de dag

Ieder jaar weer dicht bij mijn voordeur
Zie je hoever het water komt
Waar in het zand en tussen wrakhout
Er wilde lathyrus zich toont

Iedere ochtend in de golven
Schud het zand van m’n schoenen af
Nu door gebouwen zijn omgeven
Altijd lawaai, door licht verward

Kon ik het hout maar horen kermen
Wind om de palen van de pier
Kijken naar dobberende vaten
En hoe de dam het water keert 

Kon ik maar mossels zien met zeewier
Korst op de wrakken, half verrot
Luisteren naar het hongerig krijsen
Meeuwen cirkelend om hun kost

Voel welke kracht er op de keet staat
Door het keren van het tij
Weer beducht voor het stijgend water
En de bel in de mist die seint

Wees toch gelukkig, zo gelukkig
Dagenlang aan de kust van Maine
Ik wil ze voelen en betasten
Schelpen, ankers, een boot…. erheen!

Wees toch gelukkig, nooit gelukkig
Sinds ik hier aankwam, echt nooit meer
Ik moet te lang het water missen
Ik wil met water in de weer



Exiled


Searching my heart for its true sorrow,
This is the thing I find to be:
That I am weary of words and people,
Sick of the city, wanting the sea;

Wanting the sticky, salty sweetness
Of the strong wind and shattered spray;
Wanting the loud sound and the soft sound
Of the big surf that breaks all day.

Always before about my dooryard,
Marking the reach of the winter sea,
Rooted in sand and dragging drift-wood,
Straggled the purple wild sweet-pea;

Always I climbed the wave at morning,
Shook the sand from my shoes at night,
That now am caught beneath great buildings,
Stricken with noise, confused with light.

If I could hear the green piles groaning
Under the windy wooden piers,
See once again the bobbing barrels,
And the black sticks that fence the weirs,

If I could see the weedy mussels
Crusting the wrecked and rotting hulls,
Hear once again the hungry crying
Overhead, of the wheeling gulls,


Feel once again the shanty straining
Under the turning of the tide,
Fear once again the rising freshet,
Dread the bell in the fog outside,—

I should be happy,—that was happy
All day long on the coast of Maine!
I have a need to hold and handle
Shells and anchors and ships again!

I should be happy, that am happy
Never at all since I came here.
I am too long away from water.
I have a need of water near.



  foto edna st. vincent millay

   edna st. vincent millay op latere leeftijd
De vertaling mag zonder toestemming, maar niet zonder bronvermelding worden gebruikt voor niet-commerciële doeleinden.
Het copyright van de oorspronkelijke song berust bij de tekstschrijver.
terug naar boven